Standaard maakt het programma gebruik van intern in het geheugen opgeslagen gegevens over de
aangegeven regio's. In veel gevallen zal dit voldoende zijn. Men kan evenwel ook zelf deze
gegevens definiëren in een INI-file, die geplaatst moet worden in dezelfde directory als
het Kalcalc-programma zelf. Als zo'n INI-file bestaat, wanneer Kalcalc wordt gestart, dan zal
Kalcalc de gegevens uit de INI-file gebruiken en niet die die in het interne geheugen staan.
Vanzelfsprekend moeten de gegevens in deze INI-file op een bepaalde manier ingevoerd worden,
zodat het programma ze kan verwerken. Het gemakkelijkst gaat dat door Kalcalc te starten met
parameter 0. Wanneer er nog geen INI-file in de directory bestaat, dan is er ook een button
'Maak-ini' zichtbaar. Wanneer men daarop klikt, dan wordt, na bevestiging, een INI-file
aangemaakt, gebaseerd op de intern opgeslagen gegevens. Men kan dan eenvoudig b.v. een regel
toevoegen, wanneer men er maar voor zorgt, dat de juiste gegevens op de juiste plaats staan.
Het maximale aantal regels per INI-file is 20. Wanneer men behoefte heeft aan meer regio's, dan
kan men het programma in twee verschillende directories installeren, elk met een eigen
INI-file. Er kan evenwel maar één versie van Kalcalc aktief zijn.
Wanneer men de INI-file verwijdert, dan worden weer gewoon de gegevens uit het
programmageheugen gebruikt. Er kan dus niets misgaan met het programma, wanneer men met een
INI-file experimenteert.
Een klein grapje: door dubbelklikken op het window kan men de kleur daarvan wijzigen. Deze
gegevens worden eveneens in de INI-file opgenomen.
Voorbeeld van INI-file:
C:\PROGRAMS\KALCALC\KALCALC.INI, aangemaakt op 15 09 2002 [Regiodata] 14 12 1582; 25 12 1582; 00 00 0000; 00 00 0000; 10; Zeeland, Brabant, Staten Generaal 21 12 1582; 01 01 1583; 15 05 1795; 31 12 1805; 41; Zeeuws Vlaanderen 01 01 1583; 12 01 1583; 00 00 0000; 00 00 0000; 10; Holland 30 06 1700; 12 07 1700; 00 00 0000; 00 00 0000; 10; Gelderland 30 11 1700; 12 12 1700; 00 00 0000; 00 00 0000; 10; Utrecht, Overijssel 31 12 1700; 12 01 1701; 00 00 0000; 00 00 0000; 50; Groningen, Friesland 30 04 1701; 12 05 1701; 00 00 0000; 00 00 0000; 12; Drenthe 16 11 1583; 27 11 1583; 00 00 0000; 00 00 0000; 10; Munster (bisdom), Kleef 02 11 1583; 13 11 1583; 00 00 0000; 00 00 0000; 10; Gulik Berg 03 11 1583; 14 11 1583; 00 00 0000; 00 00 0000; 10; Keulen (bisdom) 10 02 1583; 21 02 1583; 00 00 0000; 00 00 0000; 10; Luik (bisdom) 04 10 1582; 14 10 1582; 00 00 0000; 00 00 0000; 10; <algemeen> 09 12 1582; 20 12 1582; 04 10 1793; 31 12 1805; 40; Frankrijk 18 02 1700; 01 03 1700; 00 00 0000; 00 00 0000; 13; Duitsland (protestant) 18 02 1700; 01 03 1700; 00 00 0000; 00 00 0000; 14; Denemarken 02 09 1752; 14 09 1752; 00 00 0000; 00 00 0000; 20; Engeland en kolonien 17 02 1753; 01 03 1753; 00 00 0000; 00 00 0000; 35; Zweden [Color] Form1.Color=C08080 Panel1.Color=C080FF
De codes in de een na laatste kolom zijn stuurcodes. Het eerste cijfer heeft te
maken met de kalenderstijl, het tweede cijfer met afwijkingen in de viering van de Christelijke
feestdagen. Standaard zijn 10 (Juliaans, Gregoriaans), 40 (Juliaans, Gregoriaans, Frans,
Gregoriaans). Beperkt afwijkend zijn 41 (i.v.m. afwijkende kerstdag in het jaar 1582), 12
(i.v.m. afwijkende hemelvaartsdag en pinksteren in het overgangsjaar 1701), 13 (i.v.m.
afwijkende paasdatumberekening in 1724 en 1744), en 14 (idem, maar dan alleen in 1744). Geheel
afwijkend zijn 20 (Engeland), 35 (Zweden) en 50 (Groningen, Friesland), de laatste vanwege de
korte Gregoriaanse periode van 1583 tot 1594 in Groningen stad.
Men gebruike dus zelf bij voorkeur code 10 of 40. Zie verder ook de help van het programma.
Wanneer men Kalcalc start met de startparameter 0, dan krijgt men bij de help de optie "printen van de helpteksten". Dat werkt bij mij, maar ik heb dat verder niet getest, en het is goed mogelijk, gezien de complexiteit van printen, dat het bij anderen niet werkt. Men kan in dat geval ook de helpteksten in een blok zetten, en met kopiëren en plakken via een tekstverwerker afdrukken.
Wanneer op een paasdatum is gezocht, dan geven "jaarsprongen" met de cursortoetsen eveneens
een paasdatum. Elke andere cursortoetsbeweging beeindigt deze optie.
Als jaarstijlcode kan behalve "o" voor oude stijl en "n" voor nieuwe stijl, ook
ingevoerd worden:
b : boodschapsstijl, d.w.z. 25 maart is de eerste dag van het nieuwe jaar
g, z : stijl voor jaarwisseling aan het eind van goede vrijdag, d.w.z.
paaszaterdag is de eerste dag van het nieuwe jaar
p : stijl voor jaarwisseling op paaszondag, d.w.z. paaszondag is de eerste dag van het
nieuwe jaar
k : kerststijl, d.w.z. eerste kerstdag is de eerste dag van het nieuwe jaar
Omdat in de Middeleeuwen een bepaalde datum in een paasjaar twee keer kan voorkomen, of
helemaal niet, wordt bij de beide paasstijlen aangegeven van welke datum tot welke datum het
betreffende paasjaar loopt. Er wordt trouwens ook een melding gegeven, dat de datum twee keer
voorkomt.
Voor alle stijlen geeft het programma verder het jaartal, zoals wij dat nu zouden noemen, en
het jaartal zoals het in de betreffende stijl werd genoemd.
Voorbehoud: deze laatste 4 opties zijn niet uitvoerig getest. Met name zouden
problemen kunnen ontstaan wanneer men deze stijlen met data buiten de middeleeuwse periode
gebruikt in combinatie met bepaalde regio's. Dit is evenwel een hypothetische (niet normale)
situatie.
![]()